Herkenning

Oftewel; ik date teveel. Ik heb me al eens eerder afgevraagd wanneer ik nu eens mannen tegen zou komen met wie ik online gekletst heb, waarmee ik mee gematched heb, of ze gewoon herken van een foto. Andersom uiteraard ook. Want laten we wel zijn; Nederland is maar klein, en als je lang genoeg in de dating scene verkeerd, gebeurt dat toch automatisch.
En inderdaad. Vandaag kwam ik er een tegen, en bedacht me dat ik al veel vaker langs mannen heen gelopen ben die ik herkende. Ook Utrecht is klein namelijk.

Vanochtend kwam ik Joop tegen. Een man die totaal niet bij zijn naam past. Verschillende keren gepraat op Tinder, wat uiteindelijk op niets uitliep. Vanochtend liep hij langs me heen, toen ik op m’n dooie gemak de fietsenstalling uit kwam gelopen. Hij zeilde het hoekje om. We keken elkaar aan. Liepen allebei door. Ik met een glimlach, ik had juist vanochtend extra mijn best gedaan in verband met meeting met een leuke collega. In de reflectie van het raam zag ik dat hij omkeek. Tja.

Vorige week kwam ik Jan tegen, op een prachtige dag midden op de Oudegracht. Vriendin en ik stonden even te dralen terwijl we overlegden op welk terras er nog plek zou zijn. Hij liep voorbij, ondanks het mooie weer met een mutsje op, en een kind aan zijn hand. Een kind wat wel heel erg op hem leek, en waar ik niet van wist. Ik moest hardop lachen toen hij schichtig opzij blikte en doorliep. ’s Avonds was ik ontmatched op Tinder.

Het laatste recente geval is Jelle, hoewel hij lastig te vermijden is. Hij werkt in de stad en een koffie doen bij hem in de zaak zou hem heel ongelukkig maken.
Jelle en ik zijn een aantal maanden met elkaar naar bed gegaan. Een jaar eerder hadden we al een date gehad, waarna ik bedankt had voor de tweede. Niks mis met die man, maar mijn hoofd stond er toen niet naar; bovendien was ik niet ondersteboven van hem. Toen we elkaar weer ‘tegenkwamen’ online heeft hij verschrikkelijk zijn best gedaan om er nog een date uit te slepen. Zo geschiedde.
Al snel was duidelijk dat we elkaar wel leuk vonden; maar meer niet. Wat volgde waren avondjes met bier in mijn stamkroeg, waarna we naar mijn huis vertrokken. De seks was eigenlijk te middelmatig om er een terugkerend scenario van te maken, maar je moet toch iets te doen hebben. Bovendien konden we leuk kletsen.

Het omslagpunt kwam toen hij in bed, na seks, vroeg of mijn geslotenheid me geen problemen opleverde en waar dat door kwam. Ik was boos. Het moment was slecht gekozen, de vraag kwam als een beschuldiging, en ik was totaal onvoorbereid. Hij kreeg geen antwoord, vond dat hij dat niet verdiende.
Een week later kwam hij iemand tegen, en was niet in staat om dat face to face te vertellen, laat staan om een biertje te drinken als 2 volwassen mensen. Hij zou zich ongemakkelijk voelen.

Zo af en toe zien we elkaar lopen. We glimlachen elkaar vriendelijk toe en lopen door.

De Amsterdammert

Ik was een beetje vroeg, maar toch was er geen stoel of kruk meer vrij in de bar in de Jordaan. Ik wachtte buiten op de Tinderman, en toen hij aankwam lopen, keek ik tegen zijn borst aan. Ruim 2 koppen daarboven een lachend gezicht. We zeiden elkaar gedag, hij een beetje verlegen.

We moesten een aantal bars af voor we er een vonden waar we nog konden zitten. Hij had zich weer herpakt, en we gingen los. De Amsterdammert bleek een leuke man, grappig, vrij, en nuchter op een vrij denkende manier. We maakten elkaar aan het lachen, hardop en luid. Gaandeweg schoven we dichterbij, en toen we ingesloten werden tussen de studentengroepjes werd het warmer.

We kwamen erachter dat we elkaar hoogstwaarschijnlijk al eens letterlijk gepasseerd zijn op een festival ver weg. Dat er geen trouw en kinderwens is. Dat we van plan zijn de rel-oudjes van het bejaardentehuis worden. Het resultaat was dat we ongegeneerd zaten de zoenen, midden in de bar.

Hoewel ik mezelf gezegd had de trein naar huis te nemen, zwichtte ik toch toen hij een arm om me heen sloeg en vertelde dat hij een goede fles gin thuis had staan. Dit was een leuke man, groot, sterk, met een goed verhaal. Dus we gingen op weg naar zijn appartement.

De gin werd voor de show ingeschonken. Binnen de kortste keren werd ik bij m’n broek gegrepen en op zijn schoot gezet. De bovenkleding ging al snel uit, en hij dacht dat ik voor hem wat moois aan had gedaan. De schat. Ik bezit geen afgedragen lingerie. Ik werd zonder pardon opgetild en naar de slaapkamer gedragen.

Na zo’n date zou je willen dat de seks spectaculair is. Hij had wat moeite met het condoom, gaf het de schuld. Mijn werk, waar ik gerust arrogant over ben, mocht maar mondjesmaat baten. Wellicht was het het vele bier. Hij leek wat haast te krijgen, en uiteindelijk lukte het toch. Misschien was hij ongemakkelijk, wist hij dat het niet helemaal liep.

In de ochtend werd ik ongemakkelijk. We werden meerdere keren wakker en vielen weer in slaap, en om 9 uur was ik klaarwakker. Het was me niet duidelijk wat hij wilde. Moest ik weg? Uiteindelijk koos ik om mijn kleren aan te doen voordat ik voorbij mijn welkom was. Niets genanter dan de deur uit gezet worden, en ik wilde dat vermijden. Hij stond op, maar liep niet mee naar beneden.

In de tram en de trein overdacht ik de zonde. Leuke man, seks mwah, maar wel het bekijken of er potentieel in zat waard was. Bovendien had ik door mijn aftocht misschien wel verwarring gezaaid. Ik besloot er ’s avonds een app tegenaan te gooien. En voila; hij wil een tweede date.

Wordt vervolgd dus.

Slechte dates

Na de Mediterraanse en daarna de Arabische mannen is het tijd voor rust. Niet dat ik het er druk mee heb gehad, maar een week zonder vliegtuigen lijkt me wel wat.

De afgelopen paar weken had ik alle apps even van m’n telefoon gegooid, ik was het zat, en we hebben allemaal wel eens pauze nodig. Die duren bij mij nooit lang, en dus zat ik net voor het weekend met Manfred in Kafe België. Tijdens het chatten was in nog niet helemaal overtuigd, maar toen zijn voorstel kwam verkoos ik het boven een avond op de bank zitten. Ik had nog geen halve minuut nodig om te zien dat het niets zou worden. De rode broek was tot daaraan toe, maar hij was me in levende lijve veel te studentikoos. Maar soit, ik was er.

We dronken bier, kletsten wat. Hij praatte makkelijk, ik ben ook niet moeilijk. Totdat naar voren kwam dat hij een kind van 13 had. Wat betekende dat hij op zijn 13e vader werd. Nu vind ik dat gegeven al questionable, maar goed, kun je dat een fout noemen op die leeftijd? Wat daarna de toch al rinkelende alarmbellen nog harder af deed gaan was dat hij zonder gene vertelde geen contact te hebben met kind. Vond hij niet belangrijk. Hij had er niks aan, dus kind ook niet. Mijn oren klapperden. Vooropgesteld; ik heb geen kinderwens, en date liever ook geen mannen die ze al hebben. Dat je er een maakt op je 13e is een ding, maar er daarna voor kiezen het volledig te laten vallen speaks volumes. Heb je een koophuis, goede baan en je leven op de rit; komt er zo’n lijk uit de kast.
Ik zette een vriendelijke glimlach op, en vertelde dat ik de volgende dag vroeg op moest.

Een paar dagen eerder had ik een date met een man uit Almere (of all places). Hij droeg een baretje. Pluspunten voor de baard, minpunten voor het kale hoofd. Maar dat wist ik natuurlijk al, want alle foto’s waren met hoofddeksel.
Hij was intens. In kreeg een kruisverhoor. Veel te veel vragen waar hij veel te erg op doorging. Waarom was dat zo? Waarom voelde ik dat? Ik werd er ongemakkelijk van. Hij merkte het, en focuste zich op het bandje op het podiumpje. De pech was dat het rustig was in de kroeg. Hij vroeg om aandacht, en kreeg die. Hij vroeg nummertjes aan, kletste wat. En sprong op het podium om een liedje mee te zingen. Toegegeven, zingen kon hij, maar ik werd meewarig aangekeken door de andere gasten. Ik rolde met mijn ogen. Mijn reputatie stond op het spel.
Tegen de tijd dat hij klaar was, en met een biertje in de hand met de zangeres stond te praten, had ik mijn wijntje op, en was al langs hem heengelopen naar buiten.

Al met al geen succesvolle week.

De Jacht

Daar stond ik. In een nachtclub in Parijs, midden in de nacht. Kort jurkje, netjes in de make-up. Het liep tegen vieren, en de jacht was geopend.

Even een rewind. Als je met 3 oost-Europese dames voor een verjaardagsweekend (niet de mijne) op het vliegtuig stapt, weet je dat het een chaos wordt. Vooraf had ik me enigszins zorgen gemaakt. Drinken tot het gaatje doe ik vrijwel nooit, maar ik wist dat zij dat wel deden. Buiten dat, mijn cashflow halverwege de maand is niet geweldig, en bovendien moet ik over een paar dagen weer op pad. Ik heb het zwaar.

Mijn getrouwde vriendin flirtte met de barman tijdens de lunch. Hij zou na middernacht in een bar op ons wachten. Hij kwam nooit. De zoektocht naar chique cocktailbars dreigde op niets uit te lopen. Van de toegang van 30 euro die voor de Franse dames voor ons nog een tientje was werden we ook niet blij. Het werd een foute club.

De vrouwen waren mooi, de mannen klein, en de muziek Frans. Ik legde me erbij neer. Laat mij maar dansen. Vriendin 1 had al snel een man gescoord en zouden we pas de volgende ochtend terugzien. Wij drieën hadden niets te klagen. Rood en blond doet het nog altijd goed.

Ik danste met een man die niet goed kon dansen. Ik had kunnen weten dat hij ook niet kon zoenen. Een beetje agressiviteit is leuk, maar niet in een club, en niet vanuit het niets. Toen hij mijn hand pakte en op zijn kruis legde vond ik het wel weer mooi geweest. M’n lipstick voor niets geruïneerd.

De klok tikte 4 uur aan, over een uur zou alles sluiten. Het testosteron was haast te ruiken. Elke vrouw die een seconde alleen was werd benaderd. De mannen waren in de meerderheid, en hoewel er niets bedreigends aan was en het zelfs met goede manieren ging, was het een tikkeltje teveel van het goede. In alle eerlijkheid; we zijn het gewoon niet gewend. Mannen in Nederland zijn over het algemeen mietjes. Er moet een hoop alcohol in voor er überhaupt iemand aangesproken durft te worden.

We besloten naar huis te gaan. Zij hadden teveel shotjes op, ik te weinig. Het was mooi geweest. De nacht was koud, de hakken moesten uit en er was nog 2 uur slaap voor het vliegtuig ging.

The girl that never heard ‘I love you’

Omdat het nu eenmaal wat vriendelijker klinkt in het Engels dan het Nederlands.

Ik liep vandaag in de stad. Samen met mijn vriendin, we waren net allebei geslaagd voor onze sexy outfits voor het feest weekend in Parijs het aankomende weekend. Zij heeft haar eigen huwelijkscrisis. Ik ben nog nooit in de buurt van een crisis geweest.

Op het moment dat zij zegt ‘wat een schattig stelletje’, zeg ik ‘is dat niet Anne?’. Onze collega, die haar relatie van 12 jaar verbrak om een kinderwens. En nu, krap een half jaar later, met een man die niet van haar achterste af kan blijven, al kusjes gevende, door de stad loopt.

Relatiemeisjes. Ik ben er nooit een geweest. Meisjes en vrouwen die nooit single zijn. Die een maand na een stukgelopen relatie, alweer ‘iemand ontmoet’ hebben. Meisjes die op hun best zijn in een relatie, die wellicht helemaal niet alleen kunnen zijn. Meisjes die misschien wel bang zijn om alleen te zijn en elke kans aangrijpen. Ik ben er nog steeds niet achter hoe ze dan doen. Waar halen ze die mannen vandaan? Wat is er zo speciaal aan hun dat elke man blijft plakken? Ik moet het Anne eens vragen.

En ik? Ik ben de eeuwige single. Ik vertel mensen dat ik al jaren single ben. De werkelijkheid is dat ik al 33 jaar single ben. Mannen vinden me leuk en lekker, en er gaat er niet 1 teleurgesteld naar huis de morning after. Soms neem ik ze express niet mee naar huis, om te kijken of daar een tactiek achter zit. Sommige mannen blijven wat langer hangen. De laatste kanshebber bleef 8 maanden, maar het woord relatie is zelfs in die situatie wat vergezocht.

Ik heb een druk sociaal leven, met vrienden van beide geslachten. Ik heb een goede baan, eigen huis, hobbies, geen psychische problemen en geen lijken in de kast. En toch mist er iets. Er is iets wat voor geen enkele man lang genoeg interessant lijkt.

En toch is het thuiskomen in een leeg en koud huis mooi geweest, je verhaal kwijt kunnen na een rotdag. Het alleenst voelde ik me toen mijn oma overleed vorig jaar. Toen de naaste familie om de kist stond ten overstaan van alle genodigden stond ik daar alleen. Als enige zonder partner. Ik ging naar huis, en was alleen met mijn verdriet. 

Mannen genoeg. Mannen mee naar huis nemen is makkelijk, en daarin kom ik niets tekort. Je lichamelijk blootgeven is makkelijker dan je emotioneel blootgeven. Voor mij dan. Hallo valkuil.

Aan sociale rijkdom geen gebrek, maar er heeft nog nooit een man ‘ik hou van je’ gezegd. En dat is best een verdrietige gedachte.

Groupie

‘Bedankt voor de fooi.’ Ik app hem een foto van het gevonden muntgeld in mijn bed.
‘Oh wat fout!’
‘Weet ik, flauw grapje.’
‘Het was helemaal geen fooi waard.’

Mijn beddengoed gaat de wasmachine in. Bram de muzikant had dan wel een grote mond gehad, maar voor de verandering was het bij deze man geen opschepperij. Hij had me tegen de muur gezet, zonder pardon. De deur was nog niet eens dicht. Eventjes ervoor had ik nog net tijd gehad om mijn fiets op slot te zetten alvorens hij me naar boven meetrok.
‘Waarheen?’ Vroeg hij met een hand onder mijn trui en de ander in mijn nek.
Ik knikte naar de deur achter hem. Hij trok me mee. De kat keek nieuwsgierig om het hoekje.

Mijn oude Ikea bed kraakte venijnig toen ik erop viel. We ontdeden elkaar haastig van onze kleren. Noodzaak hing in de lucht. We bekeken elkaars witte, naakte lijf. Twee mensen die licht geven in het donker. Hij viel aan. Zijn ruwe handen waren overal, hij was hardhandig, maar oplettend.
We hadden elkaar snel gevonden.

‘Jij bent niet zo braaf als je eruit ziet he?’ Hij ligt achter me, warm van de douche.
‘Dat had jij allang in de gaten’
‘Hm. En je bent een lekker wijf.’
Ik krijg een kus op mijn schouder, en terwijl hij vertelt over zijn tour, de band en opnames, sluit ik mijn ogen. Er zit een hoop twijfel in zijn stem, maar hij is niet op zoek naar advies.

‘Sst. Stil.’ Bram trekt het dekbed om zich heen.
De volgende ochtend zit ik op handen en knieën voor hem. Hij heeft zich net zacht grommend in me geduwd.
Er wordt een ladder tegen mijn slaapkamerraam gezet. Ik verschiet van kleur, hoewel ik weet dat er weinig te zien valt.
‘Ze zien niks.’ Ik stel hem gerust.
‘Ja dat zal wel. Hou je stil.’
Ik hap naar adem als hij doorgaat. Er klimt iemand de ladder op, en ik bijt op m’n lip. Er wordt een emmer verf doorgegeven.
‘Dit vind je leuk he?’ Hij grijpt een handvol haar.
Ik lach. ‘Sst.’

Als we vertrekken, pompt hij mijn fietsband op, en ik spring achterop. Een lift naar het station op mijn eigen fiets. We nemen afscheid bij de fietsenstalling. Ik weet dat ik hem voorlopig niet zal zien. Hij zal anderhalve week gaan touren, en ik vind het prima. Deze man is best leuk, maar ik heb geleerd. Eerst zien, dan geloven.

Zin

‘Ogen dicht.’
De slaapkamer baad opeens in het TL licht. Ik trek het dekbed over mijn hoofd. Godver. ‘Moet dat nou?’ Ik gluur naar de spierwitte naakte man, die naast het bed met een handdoek die ik een uur of wat geleden nog heb gebruikt om mijn dijen schoon te vegen naar onzichtbare vliegen staat te slaan.
‘Die klotevliegen. Kijk dan hoe veel het er zijn.’ Hij kijkt even naar me om. ‘Ik kan niet slapen.’
‘Ja, ik ook niet man. Doe oordoppen in en ga liggen. Ik moet over 5 uur weer op.’
‘Jouw probleem, toch?’
‘En het jouwe. Doe dat klote licht uit.’ Hij slaakt een diepe zucht, maar doet het. Zijn witte gestalte zakt op het bed.
‘Draai je eens om.’
Ik zucht. Ik wil alleen maar slapen, maar weet al dat dat niet gaat lukken, en het irriteert me mateloos. ‘Bram.’
‘Doe het nou.’ Hij geeft me een duwtje.
Ik draai me om, en hij komt tegen me aan liggen. Hij grijpt een borst, en ik voel zijn half harde lul tegen mijn billen. Ik doe alsof ik in slaap val. Ik heb geen zin meer.

De roodharige man tegenover me zat op zijn praatstoel. En ik aan mijn derde glas wijn. Een paar uur geleden had hij verkondigd dat mijn haar niet zo rood was als dat hij hoopte, maar dat mijn hakken ermee door konden. Hetzelfde kon ik niet zeggen van zijn cowboy laarzen, maar los daarvan vond ik zijn getatoeëerde, ik-ben-een-muzikant arrogantie best interessant. Ik vroeg me af of ik een goede groupie zou zijn.

Hij pakte mijn arm en schraapte eroverheen om me te laten voelen hoeveel pijn het deed om een tattoo te zetten. Dat wist ik wel. ‘Weet jij hoeveel pijn het doet om tepelpiercings te laten zetten?’
‘Echt?’
‘Nee man.’
Hij zuchtte opgelucht. De serveerster zetten weer twee volle glazen neer. ‘Dus, wie gaat er na deze met wie meer naar huis?’
‘Net zei je nog dat je nooit seks wil op een eerste date als je haar leuk vindt.’
‘Soms zijn er uitzonderingen.’
‘Je lult uit je nek.’ Ik nam een grote slok wijn. ‘Den Haag toch?’
Hij lachte. ‘Ja. Jij?’
‘Hier om de hoek.’
‘Jouw huis?’
‘Er zit niets anders op.’
‘Goed. Drink eens door. Ik heb zin in je.’
Soms heb ik niet veel aanmoediging nodig, ik heb ook wel eens zin. Hij was lang, had zijn haar in een knotje en was aanmatigend. Dat komt goede seks van.

Ik keek toe terwijl hij het kettingslot om mijn zadel sloeg. De stad was al donker, de stenen nat.
‘Spring je?’
Dat deed ik. Het ritje verliep in stilte. Hij fietste snel, hij had haast. Ik stak een hand uit, liet het windje erlangs gaan, en legde mijn andere hand op zijn rug. De alcohol had het scherpe randje eraf gehaald, maar ik wist precies wat ik wilde. Deze man. Hij keek even achterom, alsof hij wilde controleren of ik er nog steeds zat. Ik glimlachte.
‘We zijn er.’ Hij stopte voor mijn flat. Ik sprong van de bagagedrager en wachtte.